Deze overweging werd geschreven n.a.v. het evangelie van de voorbije zondag over de verlamde die door zijn vrienden, door het dak, tot bij Jezus wordt gebracht en genezen wordt.
Wie dit verhaal met bibliodrama zou ontleden komt verschillende rollen tegen: de verlamde man, de vier dragers, de menigte, de schriftgeleerden, Jezus uiteraard en ten slotte God. Dit heel bekende verhaal vertelt echter voornamelijk de scherpe dialoog tussen Jezus en de aarzelende schriftgeleerden die Jezus’ bevoegdheid in twijfel trekken. Heeft deze genezer eigenlijk wel de, volgens de samenleving, correcte diploma’s op zak? Anders gezegd: kunnen de machthebbers eigenlijk tolereren dat iemand buiten de lijntjes kleurt en zich ontdoet van alle, door de tempel opgelegde, voorwaarden om een mens in nood te helpen? Uiteraard wordt, binnen de context van Jezus’ tijd, de dure offercultus bedoeld die zieken nog kwetsbaarder en armer maakte. Ziek zijn was een zonde en een zonde kon enkel vergeven worden, door deze af te kopen via een offer. Volgens de schriftgeleerden deed Jezus dus eigenlijk aan broodroof.